Als ik zeg dat alles tegenwoordig steeds sneller moet, vertel ik je niets nieuws. Je hebt bijvoorbeeld speeddating en speedreading, en je kunt zelfs je MBA in één dag doen. Dat laatste is natuurlijk niet echt waar, maar wel een prikkelende reclameboodschap voor een echt bestaande training. Je krijgt daar als het ware een uurtje Porter, een uurtje Mintzberg, een uurtje Covey en een uurtje Tom Peters, etc. De greatest hits in management hapklaar opgediend door bestsellerauteur Ben Tiggelaar, en dat binnen 8 uur. Daar betaal je dan uiteraard wel € 895 voor.
Moderne levenskunst
Dat kan en moet natuurlijk weer sneller. Dat ga ik hier doen, en nog geheel gratis ook! Lees snel door, en binnen 5 minuten heb je hopelijk de smaak van levenskunst te pakken. Met grote dank aan Joep Dohmen, een filosoof die veel publiceert over moderne levenskunst. Onlangs stond in Intermediair een inspirerend interview met hem, n.a.v. het verschijnen van zijn nieuwe boek, “Tegen de onverschilligheid – pleidooi voor een moderne levenskunst”.
Levenskunst zou een schoolvak moeten zijn
Zo luidt de kop boven het interview. En daar ben ik het van harte mee eens. Je kunt vandaag de dag alles leren op school, behalve het allerbelangrijkste: hoe te leven in onze snelle, complexe en verwarrende wereld. Nu leer je dat natuurlijk wel impliciet, ook op school. Want die is toch ook vooral een sociaal laboratorium voor het leven, waar kinderen naar hartelust kunnen experimenteren. En dat doen ze ook vol overgave, zie ik aan mijn twee opgroeiende zoons. Maar het zou m.i. geen kwaad kunnen daar op school wat explicieter bij stil te staan. Zeker als dat thuis ook al niet zo vaak gebeurt. We moeten wel eerst rijles nemen voordat we met een auto de weg op mogen, maar leven, dat zoek je zelf maar uit! Een beetje hulp om levenskunstenaar te worden is dus altijd mooi meegenomen.
Succes, genot en geluk
Een belangrijke opmerking uit het interview is voor mij: “We doen nog steeds alsof succes en niet geluk ons levensdoel is”. Nu is succes heerlijk, dat zul je met me eens zijn. We ontlenen zelfs veel betekenis en zelfgevoel aan onze successen. Als we succesvol zijn, zijn we iemand, ook voor anderen. En we genieten ervan. Waar het echter om gaat, is dat succes en genot toch niet hetzelfde zijn als geluk. Ons leven gaat eigenlijk over iets anders dan succes en genot, en dat weten we ook ergens diep van binnen wel.
Gestresste zakenmannen
Dohmen haalt vervolgens een onderzoek aan dat gedaan is op de afdeling cardiologie van een ziekenhuis. Daar liggen vooral gestresste zakenmannen die ternauwernood ontsnapt zijn aan een vroegtijdige dood. Zij beginnen daar pas na te denken over de zin van het leven! En dan blijkt het belangrijkste in hun leven niet meer hun werk en hun succes te zijn, maar bijvoorbeeld hun kinderen, partner of vrienden. M.a.w. moet je eerst door een hartinfarct tot stilstand worden gebracht om over de zin van je bestaan na te denken?
Praktische levenskunst
Je kunt er natuurlijk veel beter voor kiezen je hartaanval niet af te wachten. Wees pro-actief. Neem gewoon wat meer tijd voor zelfreflectie, en sta nu eens even stil bij wat echt belangrijk voor je is. Meditatie is natuurlijk ook prachtig, als je dat al doet. Maar dat hoeft niet eens. Je kunt ook elke week, net zoals je misschien elke week lekker sport, een half uurtje in stilte zitten en eerlijk voor jezelf onder de loep nemen waar je de afgelopen week je tijd aan hebt besteed. Zelfs 5 minuten per week zou om te beginnen al heel mooi zijn. Op een plek waar je niet gestoord wordt, en op een vaste dag en vast tijdstip. Je vraagt je dan in stilte kritisch af of dat nu de dingen zijn die je echt belangrijk vindt. Ze opschrijven kan je ook helpen hierbij. Ik verzeker je, dat als je dit gedisciplineerd blijft volhouden elke week, dat je dan ook je energie en activiteiten meer en meer gaat richten op wat er voor jou echt toe doet in het leven. Je wordt er meer meester over je eigen leven door!
Als jij die levenskunst ook belangrijk vindt, dan beveel ik je het hele interview van harte aan. Je kunt het vinden op de website van Intermediair, en je hebt het in 5 minuten gelezen. En dan ben ik zelf ook heel benieuwd naar wat jij denkt over leren leven en levenskunst. Zou jij bijvoorbeeld willen dat kinderen op school les in levenskunst zouden krijgen? Of krijgen ze dat al onder een andere naam? Had je het zelf ooit op school gehad willen hebben? Herken jij ook de verschillen tussen succes, genot en echt geluk? Of juist helemaal niet? Voel je vrij om hieronder je reactie te geven!

Kinderen zijn naar mijn idee geboren levenskunstenaars. Daar hoeft niets aan toe te worden gevoegd, ze hoeven er geen les in te krijgen.
Als je als volwassene op zoek bent naar de werkelijke waarden in het leven, ga dan gewoon maar eens een half uurtje naar een spelend kind zitten kijken en je weet weer waar het ook al weer allemaal over ging.
Daarom ben ik niet zo'n voorstander van lessen levenskunst op school, maar veel meer een voorstander van de afschaffing van de dingen die een kind op school leert, waardoor het kind gevraagd wordt, zijn/haar aangeboren levenkunstenaarsschap te onderdrukken en/of verwerpen.
Geplaatst door: Mieke | 04 juni 2007 om 13:38
In mijn herinnering en ervaring werd tussen 35 en 40 jaar geleden wel degelijk op indirecte wijze levenskunst bij het onderwijs betrokken. Drie jaar geleden zat ik naast de toen 13 jarige dochter van een kennis in de auto, waarbij het mij opviel dat ze, eveneens indirect, op school met levensvraagstukken werd geconfronteerd (gezien het lesmateriaal waar ze zich in verdiepte).
Bij mij ging het (o.a.) om een leraar Cultuurgeschiedenis van het Christendom en bij het dertien jarig meisje om een lesblok over omgangsvormen. Op het eerste gezicht lijkt dat iets totaal verschillends, maar ik zag overeenkomsten. Om (tegenbewegelijk) te beginnen bij de laatste, dat ging over wat er leeft bij leeftijdgenoten, jongens, meisjes, wat betreft ideeën, interpretaties, inschatting van signalen van de ander, behoeftes, eigen verlangens , hoe daar mee om te gaan, etc. en daar had ze een heus soort syllabus over. Het betrof een brugklas op een school in Den Bosch.
Wat dat voor je betekenen kan of betekent, lijkt mij alleen maar interactief in de les “tot leven te brengen”. Het ging (natuurlijk) ook over alcohol en drugsgebruik, beleefdheid, respect (en wat dat is), hoe je tegen je ouders aan kijkt, hoe dan ook iets wat in mijn (vergelijkbare) jaren nimmer aan de orde is gekomen.
Dan de leraar Cultuurgeschiedenis: die had boeiende en meegaande verhalen over filosofen en hun (anti) relatie met het Christendom (hij was ex-dominee en gaf aan zo goed en zo kwaad als het kon zijn best te doen nog iets te geloven). Het waren verhalen die me zijn bijgebleven, ook al leerde ik later bij bestudering van de filosofie dat er veel confabulaties bij waren (ter verlichting van onkennis? of bewust?). Hoe dan ook, de meer “gangbare” interpretaties van de door hem behandelde filosofen in relatie tot het Christendom hebben zíjn versie ervan mij niet in de weg gestaan. Het werd een anectote over een anectote (“ en dat moet kunnen”, “de verhalen over de verhalen”). Toen hij er iets over vertelde, stelde ik mij er iets bij voor en toen ik over dezelfde mensen/onderwerpen meer las, ook. Van het eerste weet ik nu dat het nietklopte, maar van het tweede weet ik niet of het wel klopt. Wat ik hiermee wil zeggen is dat de crux ligt in de overdracht. Verwijzend naar H G Gadamer (die Unfähigkeit zum Gesprach), hoort iemand eerst zichzelf wat vervolgens niet belet ook de ander te horen (een werkelijke stap naar “Humanität”). Met andere woorden, de overdracht is belangrijker voor levenskust dan het onderwerp “sec” zelf.
Wat bovenstaande twee alinea’s met elkaar te maken hebben, is het volgende; er wordt de leerlingen een min of meer theoretisch (praktisch gericht) kader voorgezet, dat representatief zou zijn voor de werkelijkheid. In de praktijk wordt het anders, zoals “erbij horen”.
Zonder aangreikt kader zouden alleen de praktijkwetten hebben gegolden, nu klinkt ook het eerder gehoorde. Wat me brengt op mijn afkeer tegen “zoek het zelf maar uit onderwijs”(als je een jong kind vraagt om te beschrijven wat er achter de hoge dijk te zien is waar het voor staat, kun je weglopen om een uur later naar het antwoord te vragen, maar beter is het kind even op te tillen zodat het over de dijk kan kijken).mee.
Resultaat:
reflectie ten opzichte van het eerder geleerde, relativering van wat zich in het nú voordoet, een relatief voorbehoud (zonder verlies van intuïtie)
Wat ik ermee wil zeggen: zo vroeg mogelijk mee beginnen, maar gedoseerd.
Geplaatst door: P. Schoorl | 16 mei 2007 om 09:21
Een heel interessant interview inderdaad!
Bedankt voor de link.
Geplaatst door: Frank Ligtvoet | 14 mei 2007 om 11:05