Zoals ik vorige keer in deel 1 al schreef, we hebben hier te maken met een paradox. Maar een paradox is geen echte tegenstelling, het is slechts een schijnbare tegenstelling. Om welke paradox gaat het hier? Je gaat enerzijds op vakantie om het beste, het mooiste, ja misschien wel de ware essentie in jezelf te ervaren. Anderzijds is het juist kenmerkend voor een echte vakantie dat je een groot deel van jezelf thuis achterlaat. Zoals je werk, het grootste gedeelte van je bezittingen en je sociale omgeving.
Werk
Steeds meer mensen nemen tegenwoordig hun werk mee op vakantie, in de vorm van mobiele telefoon en laptop. Ze zijn dan vrijwel permanent bereikbaar, net als thuis. Maar eigenlijk is dat geen vakantie, want vakantie betekent letterlijk, er niet zijn, niet bereikbaar zijn. Je positie is dan tijdelijk vacant, een vacuüm, leeg dus. Daar kunnen we meestal niet goed tegen, zo’n gevoel van leegte, er niet zijn, er niet toe doen. Ook al is het maar tijdelijk. De horror vacuï heeft ons behoorlijk in de greep!
Nu is dat allemaal wel begrijpelijk, want we identificeren ons nu eenmaal sterk met ons werk. Sommigen zijn zelfs hun werk, vallen daar geheel mee samen, zijn niets meer zonder hun werk. En velen die hun werk kwijt raken, door ontslag of pensionering, vallen daardoor in een groot zwart gat. Het kost dan meestal heel wat tijd en moeite om jezelf weer lekker te voelen in een nieuwe identiteit. Je werk is dus een belangrijk stuk van jezelf, je zelfgevoel, je identiteit, schrijft Thooft mijns inziens terecht. En als je dat werk tijdelijk, geheel vrijwillig en met plezier een tijdje loslaat, laat je daarmee ook een flink stuk van jezelf, je zelfgevoel, je persoonlijkheid thuis.
Bezittingen en sociale omgeving
Ook het grootste deel van je bezittingen laat je thuis als je op vakantie bent. Ook al laad je een hele camper vol met je spullen. Je privé-territorium is en blijft thuis, en dat is toch sterk verbonden met je persoonlijkheid. En ook het grootste deel van de mensen die je liefhebt en kent blijven achter. Zelfs al ga je met je hele famlie op vakantie, dan nog gaan je vrienden, kennissen, collega’s, buren en al die anderen die je regelmatig tegenkomt, zoals je winkeliers, niet met je mee.
Dat is ook de bedoeling van vakantie. Heerlijk toch, even veel minder sociale verplichtingen, hoezeer je al die mensen ook waardeert. Zonder je werk, je huis, je spullen en je sociale leven ben je op vakantie dus een groot deel van jezelf kwijt. En het leuke is dat we daar kennelijk gelukkig van worden. Maar hoe werkt dat nou?
Het is net als met de ervaring van flow, waarover ik al eerder schreef. We kennen dat begrip uit de boeken van psycholoog Csikszentmihalyi (spreek op z’n Amerikaans uit: “Chick Send Me High-ee”), zoals ‘Flow’ en ‘De weg naar Flow’. Dat is de gelukkig makende ervaring dat je helemaal, dus ook met al je zintuigen, opgaat in wat je aan het doen bent. Je vergeet de tijd, en wat nog belangrijker is: je vergeet jezelf. Je zelfgevoel schuift naar de achtergrond en daardoor komen de zintuiglijke ervaringen veel beter, intenser en minder gefilterd bij je binnen. Je staat ineens in direct contact met de werkelijkheid van het hier en nu. En precies die ontvankelijkheid of innerlijke vrijheid maakt een mens gelukkig! En dat is wat er op vakantie, als je een groot deel van jezelf hebt achtergelaten, gebeurt.
Levenskunst is leven en werken met al je aandacht
Het vakantiegevoel blijkt dus een verhoogde staat van aandacht te zijn. De vraag is nu dus: hoe verhoog ik de kwaliteit van mijn aandacht thuis en op mijn werk? Een eerste stap is deze: zet bij wat je beschouwt als routineklusjes je automatische piloot nu eens bewust niet aan. Want wat we doen in routine, wat ons al te bekend is, nemen we niet meer bewust waar. Ongeveer zoals een vis het water niet waarneemt, stel ik me zo voor. Elke verandering, hoe klein ook, die je bekende routines verstoort, verhoogt dus het niveau van je aandacht. Een andere stap is: je kunt leren mediteren, in de vorm van aandachtsmeditatie, stiltemeditatie of mindfulness. Maar daarover een andere keer.
Het slot van Thooft’s artikel is te mooi om hier niet in zijn geheel te citeren, en wat mij betreft ook heel waar. “Uiteindelijk ontdek je dat geen twee dagen hetzelfde zijn, dat ook de weg naar je werk nooit helemaal precies hetzelfde is, dat er altijd iets nieuws te ervaren valt. Dat de hele wereld Narvik is, bij wijze van spreken, en dat je innerlijk altijd op vakantie kunt zijn.”